Proost Christen - Afl. 15

door Kolonel W. Potuyt

 

Nog steeds komen er veel reacties bij ons binnen over deze serie en dat geeft toch een grote voldoening. God daarvoor alleen de eer !

Vooral is het geweldig om te mogen ervaren, dat een behoorlijk aantal mensen dankzij deze lessen heeft besloten om het gebruik van alcohol achterwege te laten.

 

Een heel bijzondere boodschap ontvingen wij van een belijdend lid van een Evangelische Gemeente. Zij vertelde ons, dat in ‘haar’ Gemeente het Heilig Avondmaal nu wordt gevierd met een soort keuzemenu. De deelnemers kunnen nu kiezen uit alcoholhoudende wijn of druivensap. Hoe kan men zoiets bedenken ?

 

 

We gaan nu verder met een aantal teksten uit het N.T.

 

1 Korinthe 5:11

Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover, dat gij met zodanig een ook niet eten zult.

 

1 Korinthe 6:10

Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven.

Waarom wordt er in de Kerk zo weinig over teksten als bovenstaande gesproken ? Is men soms bang om op zere tenen te trappen ?

Nog altijd worden verkeerde vriendschappen in stand gehouden, terwijl de Schrift ons hier laat zien dat we afstand moeten nemen van broeders met slechte gewoontes.

Het begint er op te lijken dat in deze tijd alles maar moet kunnen en geaccepteerd dient te worden.

Toch moet het duidelijk zijn, dat hier duidelijk wordt gewezen op een aantal aspecten, die niet bij een christelijke levenswandel horen.

 

 

Galaten 5:21

Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u tevoren zeg, gelijk ik ook tevoren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.

En ook hier weer een aantal ongeoorloofde gedragingen, die niet in het leven van een Christen thuishoren.

Waarom is het nog steeds niet duidelijk, dat dronkenschap gelijk wordt gesteld aan overtredingen, die de mens uitsluit van het eeuwige leven.

En vergeet niet … dronkenschap kan al ontstaan na het nuttigen van een enkel alcoholhoudende drankje.

 

Efeze 5:18

En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest.

Alcohol werkt inderdaad vaak geestverruimend ! Toch is de blijdschap die het gevolg is van de vervulling met Gods Geest verre te verkiezen voor de gelovige.

 

Kolossensen 2:16

Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten.

Zelfs als nog geen enkele tekst u overtuigd heeft van de noodzaak om de alcohol te mijden, dan zouden deze woorden voor u genoeg moeten zijn om tot een leven te komen, waar niemand kritiek op kan hebben.

 

1 Thessalonicensen 5:7/8

Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken.

Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid.

Paulus noemt ons hier mensen van de dag (het licht) en geen mensen van de nacht (het donker).

Kinderen des lichts behoren dus niet in de duisternis van de zonde te wandelen.

 

 

1 Timotheüs 3:2/3

Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouw man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;

Niet genegen tot de wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker, maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig.

De Schrift geeft ons hier een paar belangrijke aanwijzingen voor de opzieners in de Gemeente. Dat zijn dan o.m. de ouderlingen en de diakenen. Hier wordt weer gezegd, dat het niet goed is voor de gelovige mens om alcohol te gebruiken.

Maar helaas, worden nagenoeg alle Bijbelse regels over dit  heikele onderwerp met een glimlach terzijde geschoven en dan vaak nog onder verwijzing naar de nu volgende tekst.

 

1 Timotheüs 5:23

Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.

Ja, nu lijkt het wel, alsof Paulus met twee maten meet …

Eerst zegt hij, dat de opzieners niet genegen tot de wijn horen te zijn en nu adviseert hij zijn vriend Timotheüs om wel wijn te gebruiken.

Paulus weet, dat Timotheüs een zwakke maag heeft en vaak ziek is, maar uit zijn vriendschap met de arts Lukas weet hij ook, dat alcohol funest is voor maagpatiënten …

Het is duidelijk, dat Paulus hier spreekt over de gekookte, alcoholvrije wijn, die altijd op reis werd meegenomen.

Net als veel zuivere vruchtensappen heeft deze gekookte wijn een zuiverende werking op het zo vaak vervuilde water.

 

Titus 1:7

Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot de wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker.

Ook in de aanwijzingen, die Paulus aan Titus meegeeft, gebruikt hij dezelfde woorden als in zijn brief aan Timotheüs .

Conclusie: Van elke ambtsdrager in de Kerk wordt een absoluut onberispelijke levenshouding verwacht, waarbij onthouding van alcohol een absolute vereiste is.

 

Deze maand sluit ik af met een citaat van David Wilkerson:

 

Waar zijn al die mannen van God, die geroepen zijn om voorganger, jeugdleider of jeugdwerker te zijn. ?

Waar zijn die mensen, die liefde genoeg hebben voor de jeugd, om ze ‘recht voor zijn raap’ de harde feiten te noemen over de verschrikkingen van het drinken ?

God, geef ons predikanten en ouders met genoeg morele moed om een halt toe te roepen aan deze vloed van toegeeflijkheid.

Hoeveel jonge mensen moeten nog meer alcoholisten en uitgemergelde geraamten worden voor we zeggen: “Genoeg !” ?

 


 

© Kolonel W. Potuyt