Proost Christen - Afl. 4

door Kolonel W. Potuyt

Allereerst wil ik allen, die de afgelopen maand gereageerd hebben op deze serie hartelijk bedanken. Daarbij een bijzonder woord van dank aan de velen, die hun instemming met dit onderwerp uitspraken en begrepen, dat deze mening over alcoholgebruik bij een groot aantal pimpelende Christenen en voorgangers in het verkeerde keelgat is geschoten.

 

Natuurlijk weet iedere Bijbellezer dat de Heilige Schrift, daarbij geïnspireerd door Gods’ Geest, geschreven is door de Joden.

Het Oude Testament door Godvrezende Joden en het Nieuwe Testament door Messiasbelijdende Joden.

 

Toch nemen slechts weinigen de moeite om zich echt te verdiepen in het Joodse leven en de meeste predikanten zetten zich er bepaald niet voor in om dat gebrek aan kennis te verbeteren.

 

Naast de Tenach – het  Oude Testament – beschikken de Joden nog over een aantal andere geschriften die bepalend zijn voor hun geloofsleven, maar ook voor het leven van alle dag.

 

Wie de levenswijze van het Joodse volk wil begrijpen – en de Heer Jezus kwam immers als Jood op de aarde – zal dus ook de moeite moeten doen om zich in deze materie te verdiepen.

 

Het Oude Testament is pas op schrift ontstaan toen het volk van Israël in de Babylonische ballingschap verkeerde.

Tot op dat moment werd alles mondeling overgeleverd en daarbij gebruikte men speciaal luisteraars, die erop getraind waren om te controleren of wat de ene rabbijn zei, niet afweek van de uitspraken van een andere rabbijn. Deze mondelinge overlevering wordt de “Midrasj” genoemd.

 

De onderzoeksresultaten van die speciale luisteraars  werden in twee afzonderlijke verzamelingen op schrift gesteld, namelijk de Misjna” en de “Gemara”. En deze twee geschriften werden vervolgens samengevoegd tot de Talmoed.

 

In deze Talmoed vinden we de hele geschiedenis van het volk Israël en heel veel achtergrondinformatie over het Oude Testament, die wij anders uit allerlei naslagwerken moesten halen. De Talmoed is dus niet het O.T. zoals sommigen vertellen, maar een duidelijke, uit het geloof geschreven, toelichting daarop.

 

Zullen we nu eerst een belangrijke zin uit de Talmoed bekijken ?

Daar staat dan het volgende: Bij de broodmaaltijd drinke men gekookte wijn.”

Voor de kritische lezers, die dit willen nakijken: Deel II, pag. 477, Talmoedvertaling van Kitto.

Aan een broodmaaltijd komt dus geen alcohol te pas, want door dat koken verdampt immers de alcohol.

Als nu in zo’n verzameling van duizenden jaren Schriftonderzoek een dergelijke uitspraak wordt gedaan, kan het toch echt niet aanvaarden dat de kerkelijke dogmatiek ons wil doen geloven dat er wel alcohol aan te pas kwam, toen de Heer Jezus bij de viering van het Pascha het Heilig Avondmaal instelde. Wie wil bestrijden, dat het Pascha geen broodmaaltijd was ?

 

Waarom drinken mensen alcohol ?

In de veelheid van redenen daarvoor zijn de belangrijkste daarvoor het in een roes vluchten voor de realiteit en het vergeten van wat de mens op onaangename manier bezighoudt.

 

Drinken om te vergeten ! Dat staat dan wel in heel scherp contrast met de uitspraak van de Heer Jezus bij de instelling van het Heilig Avondmaal, om dat tot Zijn gedachtenis te onderhouden.

 

We gaan nu eerst samen lezen, wat de Bijbel precies zegt over de instelling van het Heilig Avondmaal en we doen dat dan eerst uit Mattheüs 26:26 t/m 29.

En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het de discipelen en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.

En Hij nam de drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun die, zeggende: Drinkt allen daaruit;

Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwe Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.

En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op die dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

En als zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg.

 

Deze teksten worden volledig bevestigd door wat er geschreven staat in Markus 14:22 t/m 26 en Lukas 22:14 t/m 20. 

 

 

In de eerste plaats mogen we dus met zekerheid vaststellen, dat het hier om een broodmaaltijd gaat …

Denk nu nog even aan wat daarover in de Talmoed staat: “Geen alcohol bij een broodmaaltijd.”

 

De Heer Jezus neemt daarbij een drinkbeker en geen glas of een kelk, waarover men in die tijd ook rijkelijk kon beschikken.

 

Hij noemt de inhoud van die beker: “Mijn bloed !”  Natuurlijk weet de Heer Jezus dat de Bijbel in Deuteronomium 32:33 wijn betitelt als drakenvenijn en adderenvergift.

Je kunt je toch niet voorstellen, dat de Heiland der wereld die namen verbindt aan Zijn reinigend bloed …

 

Dan staat er ook nog: vergoten tot vergeving der zonden !  Dat is toch wel volledig in strijd met de vervloeking uit Habakuk 2:15 voor hen, die anderen alcohol aanbieden. Het simpele feit, dat de Heer deze beker aanbiedt aan Zijn jongeren maakt dus al duidelijk, dat hier geen sprake is van alcohol.

 

De Heer spreekt vervolgens over de vrucht van de wijnstok …

 

De vrucht van de wijnstok is geen gegiste (ofwel verrotte) wijn, maar wel de zuivere ongegiste most, waarvan Hij zegt deze ook nieuw te zullen drinken in het Koninkrijk van Zijn Vader.

Wie bij dat Koninkrijk aan verrotting wil denken, staat toch wel heel erg ver van de Bijbelse verwachtingen af.

 

Als we dan nog bedenken, dat de viering van het Pascha wel een paar uur duurde en het dus niet bij die ene beker is gebleven, maar dat er vele bekers gevolgd zullen zijn …

 

U weet toch ook, dat tallozen na het nuttigen van een aantal glazen alcohol vaak over gaan tot het zingen van dronkemansliederen ?

De discipelen zingen echter de lofzang als zij samen met hun Meester naar de Olijfberg gaan !

 

Als ik nu nog even denk aan de prachtige woorden uit 1 Johannes 1:7 “En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde ! zal toch niemand zich kunnen voorstellen, dat het bij dit Bloed gaat om het vergif, dat miljoenen levens verwoest heeft …

 

U hebt nu waarschijnlijk genoeg om over na te denken en dus besluit ik met u allen Gods onmisbare Zegen toe te wensen.

 

 


 

© Kolonel W. Potuyt